Wat bepaalt het energielabel van een huurhuis? Uitleg 2026
In 2026 wordt het energielabel van een huurhuis bepaald met de NTA 8800 op basis van schilkwaliteit en installaties, waardoor de berekende energieprestatie bij nieuwe verhuur beslist of minimaal label C is behaald.


Ontvang een persoonlijk plan voor jouw zonnepanelen.
Belangrijkste inzichten
Het energielabel van een huurwoning wordt in 2026 bepaald met NTA 8800, een genormeerde berekening op basis van isolatie, luchtdichtheid en vaste installaties.
Bewonersgedrag en losse apparatuur tellen niet mee; de score drukt de theoretische energieprestatie van het gebouw uit, zodat woningen vergelijkbaar blijven.
Vanaf 2026 is bij nieuwe verhuur minimaal label C vereist, terwijl grootste labelwinst vooral komt van isolatie, minder kieren en efficiëntere verwarmings- en ventilatiesystemen.
Het energielabel van een huurhuis in 2026 laat zien hoe efficiënt een woning volgens een vaste rekenmethode met energie omgaat. De score volgt niet uit het werkelijke verbruik, maar uit bouwkundige eigenschappen en gebouwgebonden installaties, vertaald naar een genormeerde energieprestatie. Daardoor wegen isolatie, kierdichting, verwarming, ventilatie en eventuele eigen opwek zwaarder dan individuele gewoontes of losse apparaten. In de huursector heeft het label bovendien een juridische rol via het Besluit bouwwerken leefomgeving, met minimale niveaus bij (her)verhuur en enkele uitzonderingen. Begrijpen wat wel en niet meetelt begint bij de officiële bepaling volgens NTA 8800.
Hoe wordt het energielabel van een huurhuis in 2026 officieel bepaald?
Het energielabel van een huurhuis in 2026 wordt officieel vastgesteld via een gestandaardiseerde energieprestatieberekening. In Nederland gebeurt dat met de rekenmethode NTA 8800, die zowel voor bestaande als nieuwe gebouwen geldt. Deze methode vertaalt bouwkundige eigenschappen en gebouwgebonden installaties naar een berekende energieprestatie, zodat woningen onderling vergelijkbaar zijn. De uitkomst wordt onder meer uitgedrukt als primair fossiel energiegebruik in kWh per m2 per jaar. In regelgeving rond de huursector sluit de normering aan op eisen uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), waardoor het label ook een juridische betekenis krijgt bij verhuur.
Welke berekeningen gebruikt de methode NTA 8800?
De NTA 8800 gebruikt vaste rekenregels en standaard aannames over gebruik, bezetting en klimaat. Daardoor gaat het niet om het gemeten energieverbruik van bewoners, maar om een genormeerde berekening. In de praktijk worden onder andere de warmteverliezen via gevel, dak, vloer en glas, de luchtdichtheid, en de prestaties van verwarmings-, koelings-, ventilatie- en warmtapwatersystemen meegenomen. Ook de wijze van opwekking en eventuele eigen elektriciteitsproductie worden volgens vaste stappen verrekend, zodat de energieprestatie van het gebouw als geheel wordt beoordeeld.
Wat betekent de grens van 290 kWh per m2 per jaar voor het label?
Een belangrijk kengetal in de beoordeling is het primair fossiel energiegebruik: de hoeveelheid fossiele energie die, na omrekeningen in de methodiek, nodig wordt geacht om de woning te verwarmen, te ventileren en warm water te leveren. In beleidscontext wordt een maximale waarde van 290 kWh per m2 per jaar vaak gekoppeld aan het niveau dat overeenkomt met energielabel D. Dit betekent dat woningen met een hogere berekende waarde in een lagere labelklasse kunnen vallen, terwijl een lagere waarde juist richting gunstigere labels wijst. De exacte labelindeling volgt de tabellen en definities binnen de officiële labelmethodiek.
Welke onderdelen van de woning bepalen de energielabelscore het meest?
Wie wil begrijpen hoe je een energielabel bepalen kunt, komt al snel uit bij de woningkenmerken energielabel die in de officiële berekening het zwaarst meewegen. De labelscore wordt vooral gestuurd door structureel warmteverlies en door het rendement waarmee warmte en ventilatielucht worden geleverd. Dat verklaart waarom hetzelfde type woning, met vergelijkbaar oppervlak, toch een andere uitkomst kan krijgen: kleine verschillen in schilkwaliteit, kierdichting en installaties werken door in de berekende energieprestatie. In de praktijk draait het om de combinatie van bouwkundige maatregelen en gebouwgebonden techniek, niet om losse verbruikskeuzes.
Hoe sterk beïnvloedt de isolatiekwaliteit de labeluitkomst?
Isolatie bepaalt in hoge mate hoeveel warmte er ongewenst uit de woning verdwijnt. De rekenmethode kijkt naar de isolatiewaarden van dak, gevel en vloer, maar ook naar het type glas en de kwaliteit van kozijnen. Slecht geïsoleerde delen zorgen voor een hogere warmtevraag, waardoor het systeem meer energie moet leveren om dezelfde binnentemperatuur te halen. Koudebruggen en kieren tellen daarbij indirect mee doordat ze het effectieve warmteverlies vergroten, waardoor twee ogenschijnlijk identieke woningen toch uiteenlopende labels kunnen krijgen.
Welke rol spelen verwarmings- en ventilatiesystemen in de berekening?
De installatiekant beïnvloedt vooral hoe efficiënt de benodigde warmte en frisse lucht worden geleverd. Verwarming en warmtapwater worden beoordeeld op opwek- en afgiftesysteem, opwektemperaturen, regeling en distributieverliezen. Ventilatie telt mee doordat het zowel elektriciteitsgebruik als ventilatieverliezen kan veroorzaken; systemen met warmteterugwinning kunnen dat verlies beperken in de berekening. Ook de samenhang tussen ventilatie en luchtdichtheid is relevant: meer ongecontroleerde luchtstromen betekenen doorgaans meer warmteverlies en dus een ongunstiger score.
Hoe tellen duurzame systemen zoals zonnepanelen mee in het energielabel?
Duurzame opwek verlaagt niet de warmtevraag van de woning, maar kan wel de berekende energieprestatie verbeteren doordat een deel van het elektriciteitsgebruik wordt gecompenseerd met eigen opwek. Zonnepanelen worden daarom als gebouwgebonden opwekking meegenomen in de methodiek, met vaste rekenregels voor opbrengst en toerekening. Het effect op de labelscore hangt samen met de rest van het systeem: bij elektrisch aangedreven installaties, zoals (hybride) warmtepompen en ventilatoren, kan eigen opwek relatief zwaarder doorwerken in het berekende primair energiegebruik dan in een woning die voornamelijk op gas verwarmt.
Welke factoren tellen juist niet mee bij het bepalen van het energielabel?
Rond energielabels bestaan hardnekkige aannames over wat wel en niet meetelt. In de officiële berekening volgens de NTA 8800 gaat het om gestandaardiseerde, gebouwgebonden kenmerken. Daardoor vallen verschillende zaken die bewoners in het dagelijks gebruik merken buiten de beoordeling. Dit is een bron van energielabel misverstanden, omdat het label niet bedoeld is als rapport over persoonlijke gewoontes of losse apparatuur, maar als vergelijkbare maat voor de energieprestatie van de woning. Wie zich afvraagt wat telt niet mee energielabel, komt vooral uit bij gedrag en niet-vaste installaties.
Waarom heeft bewonersgedrag geen invloed op het label?
Bewonersgedrag varieert sterk: de een stookt veel, de ander weinig, en ook douchen, ventileren en thuiswerken verschilt per huishouden. Om woningen toch eerlijk te kunnen vergelijken, rekent de NTA 8800 met vaste gebruiksprofielen en standaard binnentemperaturen. Dit betekent dat een zuinige bewoner in een slecht geïsoleerd huis alsnog een lager label kan hebben, terwijl een royaal stookpatroon in een goed geïsoleerde woning het label niet verslechtert. Het label beschrijft dus de theoretische prestatie van het gebouw, niet de feitelijke energierekening.
Waarom spelen losse apparaten geen rol in de labelscore?
Losse elektrische apparaten en verlichting worden meestal niet gezien als gebouwgebonden. Denk aan koelkasten, wasmachines, computers, kookapparatuur of losse airco’s die niet als vaste installatie zijn opgenomen. De labelbepaling richt zich juist op onderdelen die bij de woning horen en doorgaans blijven zitten bij verhuur of verkoop, zoals isolatie en vaste verwarmings- en ventilatiesystemen. Daardoor kan een woning met veel zuinige apparaten nog steeds een lagere labelklasse hebben als de schil en installaties relatief ongunstig zijn.
Welke uitzonderingen gelden er voor huurwoningen die geen energielabeleis hebben in 2026?
De regels rond minimale labelniveaus kennen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) enkele uitzonderingscategorieen. Deze energielabel uitzonderingen zijn bedoeld voor situaties waarin de verplichting niet passend is, of waarin verduurzaming aantoonbaar beperkt uitvoerbaar is door de aard of omvang van het gebouw. In de praktijk gaat het vooral om beschermd erfgoed, zeer kleine gebouwen en panden die nog maar kort in gebruik zijn. Ook komt het voor dat labelverbetering bij een gemengde VvE vooral via gemeenschappelijke delen moet gebeuren; dan kan een inspanningsverplichting bepalend zijn.
Wanneer geldt de uitzondering voor monumenten?
Bij een monument huurwoning kan een uitzondering gelden wanneer het gebouw officieel is aangewezen als rijksmonument, provinciaal monument of gemeentelijk monument. De achtergrond is dat ingrepen die voor de energieprestatie gunstig zijn, zoals het veranderen van gevels, kozijnen of glas, vaak botsen met beschermde waarden en vergunningseisen. Dit betekent niet dat verduurzaming onmogelijk is, maar wel dat de labelverplichting anders kan uitpakken doordat behoud van het monumentale karakter juridisch zwaarder kan wegen.
Waarom vallen sommige kleine of recent opgeleverde gebouwen buiten de verplichting?
Sommige gebouwen vallen buiten de eis omdat ze kleiner zijn dan 50 m2 en daarmee in regelgeving als aparte categorie worden behandeld. Ook gebouwen die minder dan twee jaar in gebruik zijn, kunnen zijn uitgezonderd, omdat de label- en gebruikssituatie nog niet als stabiel wordt gezien binnen de wettelijke systematiek. Bij dit soort uitzonderingen gaat het om objectieve criteria zoals vloeroppervlak en gebruiksduur, niet om de hoogte van het gemeten verbruik of het comfortniveau van bewoners.
Welke eisen rond het energielabel gelden specifiek voor huurwoningen in 2026?
Voor het energielabel 2026 huurwoning zijn de regels strenger geworden, vooral op het moment dat een woning opnieuw wordt verhuurd. De kern is dat de overheid minimale labelniveaus koppelt aan verhuur, vastgelegd en uitgewerkt via het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en bijbehorende communicatie. Daarmee krijgt het energielabel niet alleen een informatieve functie, maar ook een juridisch kader: het label bepaalt of een woning in bepaalde situaties nog verhuurd mag worden. Tegelijkertijd zijn er overgangsregels, waardoor de gevolgen verschillen voor nieuwe en bestaande huurrelaties.
Wat betekent de minimale label C eis voor nieuwe huurcontracten?
De label C eis houdt in dat particuliere huurwoningen vanaf 1 januari 2026 bij nieuwe verhuur minimaal energielabel C moeten hebben. In de praktijk betekent dit dat woningen met label D, E, F of G niet meer aan een nieuwe huurder mogen worden aangeboden onder een nieuw contract. Dit geldt ook voor vrije-sectorverhuurvormen zoals kamerverhuur en studentenhuisvesting, zolang het gaat om nieuwe verhuur na de ingangsdatum.
Hoe werkt de overgangsregeling voor bestaande huurders?
Voor huurders die al voor 1 januari 2026 in een woning wonen, geldt dat zij in de woning mogen blijven, ook als het energielabel onder C ligt. Het verhuurverbod grijpt dus niet automatisch in bij lopende contracten. Pas wanneer een contract eindigt en de woning opnieuw wordt verhuurd, of wanneer er sprake is van een nieuwe verhuursituatie, wordt de minimale labeleis relevant in de juridische beoordeling.
Wat verandert er richting 2029 voor huurwoningen met lage labels?
Naast de eis vanaf 2026 is er een vervolgtraject dat richting 2029 zwaarder weegt voor de laagste labelklassen. De beoogde verplichting is dat huurwoningen met energielabel E, F of G uiterlijk per 1 januari 2029 moeten zijn verbeterd naar minimaal label D. Dit wordt gekoppeld aan de energieprestatiegrenzen in de regelgeving, waarbij de labelindeling blijft aansluiten op de officiële berekeningsmethode voor energieprestatie.
Hoe kan een verhuurder het energielabel van een huurwoning verbeteren als dit te laag is?
Een energielabel verbeteren huurwoning gebeurt in de praktijk vooral door maatregelen die de berekende warmtevraag verlagen of het rendement van gebouwgebonden installaties verhogen. Omdat het label op vaste rekenregels is gebaseerd, werkt labelverbetering het duidelijkst door bij onderdelen die structureel energieverlies veroorzaken, zoals de gebouwschil en ventilatieverliezen. Verduurzaming huurwoning gaat daarbij vaak in stappen, omdat niet elke ingreep even groot effect heeft op de uitkomst van de NTA 8800-berekening en omdat randvoorwaarden zoals bouwjaar, technische ruimte en collectieve voorzieningen meewegen.
Welke maatregelen leveren doorgaans de grootste labelverbetering op?
De grootste verschuiving in labelklasse komt meestal door het beperken van warmteverlies en het vervangen van relatief inefficiënte opwekking. Denk aan het verbeteren van dak-, gevel- en vloerisolatie, het toepassen van beter isolerend glas en het verminderen van ongecontroleerde luchtlekken. Aan de installatieszijde spelen de prestaties van verwarming en warmtapwater een grote rol; een (hybride) warmtepomp of een efficiëntere warmteopwekker kan de berekende energieprestatie merkbaar veranderen. Ook ventilatiesystemen met warmteterugwinning kunnen invloed hebben, omdat ze ventilatieverliezen in de berekening beperken. Zonnepanelen tellen mee als gebouwgebonden opwek en kunnen de score verbeteren doordat een deel van het elektriciteitsgebruik wordt gecompenseerd.
Hoe kunnen subsidies en regelingen de verduurzaming ondersteunen?
Voor verhuurders bestaan regelingen die verduurzaming financieel kunnen ondersteunen, waarbij de voorwaarden per jaar en maatregeltype kunnen verschillen. Een voorbeeld is de Subsidieregeling Verduurzaming en Onderhoud Huurwoningen (SVOH), die gericht is op onder meer isolatiemaatregelen en warmtepompen. Bij woningen in een (gemengde) VvE kan een aparte regeling van toepassing zijn, zoals de subsidieregeling voor VvE’s (SVVE), omdat besluitvorming en uitvoering vaak via gezamenlijke onderdelen lopen. Daarnaast zijn er financieringsmogelijkheden via fondsen en leningen die specifiek zijn ingericht voor energiemaatregelen.
Wanneer is samenwerking binnen een VVE noodzakelijk voor labelverbetering?
Bij appartementen en gemengde VvE’s hangt labelverbetering regelmatig af van bouwdelen die niet tot één eigenaar behoren, zoals het dak, de gevel, het glas in gezamenlijke kozijnen of collectieve verwarmingsinstallaties. Daardoor kan een individuele eigenaar niet altijd zelfstandig de woningkenmerken aanpassen die in de berekening zwaar meetellen. In zulke situaties wordt verduurzaming een gezamenlijk traject waarin technische haalbaarheid, toestemming en planning bepalend zijn voor wat er kan worden uitgevoerd. Dit verklaart ook waarom regelgeving soms rekening houdt met aantoonbare inspanningen wanneer maatregelen vooral via gemeenschappelijke delen moeten worden gerealiseerd.
Conclusie
Duidelijk is dat het energielabel van een huurhuis vooral voortkomt uit een genormeerde berekening van schil en installaties, niet uit het dagelijkse verbruik. In 2026 weegt dat zwaarder door de koppeling aan minimale niveaus bij nieuwe verhuur, waardoor gerichte maatregelen aan isolatie, ventilatie en warmteopwekking in de praktijk de grootste sprong geven. Zonnepanelen kunnen die berekende prestatie aanvullend verbeteren, zeker bij elektrische installaties, maar blijven één schakel in het geheel. Meer achtergronden over deskundige plaatsing staan op onze toelichting over zonnepanelen installeren.
Welke gegevens moet ik aanleveren voor de NTA 8800-berekening van mijn huurwoning?
Waarom wijkt mijn energierekening af van het resultaat van het energielabel?
Hoe moet ik de drempel van 290 kWh per m² per jaar interpreteren voor mijn woning?
Wat als mijn appartement onder een VvE valt en ik niet zelfstandig kan isoleren of installaties kan vervangen?
Wegen zonnepanelen en een warmtepomp altijd gunstig uit in de labelberekening?

Paul Dirksen is specialist in duurzame energie en vaste contentschrijver voor Solar Evolution. Met meer dan 10 jaar ervaring in de energiesector schrijft hij begrijpelijke, betrouwbare en actuele blogs over zonnepanelen, thuisbatterijen, laadpalen en slimme energietechnologie.