V2G, V2H en V2L: Uitleg en geschikte automodellen 2026
In 2026 draait bidirectioneel laden om de auto-accu als tijdelijke buffer, waarbij de bestemming van de energie de techniek bepaalt en de toepasbaarheid in huis afhangt van compatibele laadinfrastructuur en regionale toelating.


Persoonlijk laadpaal-advies ontvangen?
Belangrijkste inzichten
Het verschil zit in de bestemming van energie; V2L is het eenvoudigst, V2H integreert met de woning, terwijl V2G netkoppeling met extra eisen toevoegt.
Ondersteuning verschilt per auto en regio; daadwerkelijke inzet hangt af van voertuig, bidirectionele laadpaal, protocolversie en lokale marktoegang en nettoelating.
Met zonnepanelen levert V2H de meeste waarde door zonnestroom naar de avond te verschuiven, terwijl accureserves en beschikbaarheid de bruikbare energie begrenzen.
Bidirectioneel laden betekent dat een elektrische auto niet alleen energie opneemt, maar ook gecontroleerd kan terugleveren. In 2026 gebeurt dit steeds vaker in samenhang met woninginstallaties en het elektriciteitsnet, met software, protocollen (zoals ISO 15118-20) en geschikte laadpunten als randvoorwaarde. V2L voedt losse apparaten direct vanuit de auto, V2H koppelt met de meterkast voor gebruik in huis, en V2G voegt teruglevering aan het net en extra eisen aan meting en aansturing toe. Welke functie werkt, verschilt per automodel, laadoplossing en regio. Eerst helder: V2G, V2H en V2L in 2026, wat ze betekenen en hoe ze technisch verschillen.
Wat betekenen V2G, V2H en V2L in 2026 en hoe verschillen ze?
V2G, V2H en V2L zijn drie vormen van bidirectioneel laden waarbij een elektrische auto niet alleen energie opneemt, maar onder voorwaarden ook kan afgeven. In 2026 wordt dit vaker als onderdeel van een energiesysteem gezien: de auto-accu fungeert tijdelijk als buffer, terwijl software en laadinfrastructuur bewaken dat dit veilig gebeurt en dat er voldoende actieradius overblijft. De kern van het verschil is waar de energie naartoe gaat en welke technische randvoorwaarden daarbij horen.
V2L (Vehicle-to-Load) is de meest directe variant. De auto levert stroom aan losse apparaten, bijvoorbeeld via een ingebouwd stopcontact of adapter, met een beperkt vermogen. Omdat dit buiten de meterkast om gaat, is de koppeling met netregels en energiemeting meestal beperkt. V2H (Vehicle-to-Home) brengt de auto juist in verbinding met de elektrische installatie van de woning, waardoor EV teruglevering kan helpen om eigen zonne-energie later te gebruiken of om verbruikspieken te dempen. V2G (Vehicle-to-Grid) gaat nog een stap verder: de auto kan terugleveren aan het openbare elektriciteitsnet en kan in sommige situaties meebewegen met prijs- of netsignalen, wat extra eisen stelt aan communicatie, meting en certificering.
In de praktijk is het belangrijk om te beseffen dat ‘ondersteuning’ per auto of land anders kan zijn. Een model kan technisch V2G-capabel zijn, maar alleen V2H aanbieden omdat netkoppelingen of markttoegang nog niet zijn vrijgegeven. Andersom kan V2L al breed beschikbaar zijn zonder dat de auto geschikt is om een woninginstallatie te voeden. Daardoor is bidirectioneel laden in 2026 niet één schakelaar, maar een set functies die pas compleet wordt als voertuig, laadpunt en lokale voorwaarden op elkaar aansluiten.
Hoe werkt energieuitwisseling bij V2G, V2H en V2L?
Bij alle drie varianten wordt energie uit de tractiebatterij gecontroleerd vrijgegeven, maar de bestemming bepaalt de technische inrichting. Bij V2L levert de auto doorgaans wisselstroom voor apparaten, met interne begrenzing op vermogen en temperatuur. Bij V2H moet de energiestroom passen binnen de woninginstallatie: het systeem synchroniseert met de huisspanning en gebruikt beveiligingen om ongewenste terugvoeding en foutstromen te voorkomen. Bij V2G komt daar afstemming met het net bij, inclusief eisen aan netbewaking, meetdata en vaak ook aansturing via een energieplatform.
Omdat de auto ook een vervoermiddel blijft, spelen accubeheer en prioriteiten mee. Veel systemen hanteren daarom een minimale laadtoestand en beperken hoe lang of hoe diep er ontladen wordt. Dit betekent dat de bruikbare energie voor teruglevering niet gelijk is aan de totale accucapaciteit, maar aan het deel dat binnen de ingestelde grenzen beschikbaar is.
Wanneer kies je voor V2G, V2H of V2L in het dagelijks gebruik?
V2L past bij situaties waarin je tijdelijk stroom nodig hebt voor losse apparatuur, bijvoorbeeld onderweg of als noodvoorziening voor kleine apparaten. V2H is vooral relevant in een huishouden waar je energiestromen wilt verschuiven, zoals het benutten van zonne-overschot overdag en verbruik in de avond, of het beperken van korte pieken in elektrisch verbruik. V2G komt doorgaans pas in beeld wanneer teruglevering ook een netfunctie heeft, zoals reageren op dynamische prijzen of bijdragen aan netbalans, en wanneer de benodigde meet- en regelketen beschikbaar is.
Het onderscheid is daarmee praktisch: hoe ‘diep’ de auto in het energiesysteem wordt geïntegreerd. Hoe verder je richting V2G gaat, hoe belangrijker compatibiliteit, certificering en regionale beschikbaarheid worden, terwijl V2L vaak zonder extra infrastructuur bruikbaar is.
Welke toepassingen hebben V2G, V2H en V2L voor woningen en bedrijven?
De toepassing bidirectioneel laden wordt in de praktijk vooral bepaald door twee factoren: wanneer de auto aan de lader staat en waar de energie naartoe mag. In woningen draait het vaak om het slimmer laten samenvallen van opwek en verbruik, terwijl bedrijven vaker kijken naar het dempen van pieken en het voorspelbaar inzetten van vermogen binnen openingstijden. Omdat een EV niet altijd beschikbaar is, is bidirectionele inzet meestal aanvullend: het maakt het energieprofiel flexibeler, maar vervangt de netaansluiting niet.
Voor EV energie thuis is zelfconsumptie een herkenbaar doel. Met zonnepanelen ontstaat overdag geregeld een overschot, terwijl het verbruik ’s avonds piekt. V2H kan dat tijdsverschil overbruggen door tijdelijk energie uit de auto te gebruiken op momenten dat de opwek laag is, waardoor minder stroom van het net nodig is. Tegelijk gelden grenzen zoals een minimale accureserve en een maximaal ontlaadvermogen, waardoor de auto eerder basislast en korte pieken ondersteunt dan langdurig zware verbruikers.
V2G thuisgebruik voegt een netlaag toe: naast wat in huis nodig is kan er, waar toegestaan, ook teruglevering naar het openbare net plaatsvinden. Dat maakt inzet mogelijk bij dynamische prijzen of flexibiliteitsdiensten, maar het betekent ook dat meetbaarheid, netregels en aansturing zwaarder meewegen. In de praktijk kan hetzelfde voertuig daardoor in de ene regio vooral V2H leveren en in een andere regio ook V2G, afhankelijk van toelating en infrastructuur.
V2L is het meest laagdrempelig en verschuift de toepassing richting mobiel gebruik. De auto levert dan direct stroom aan apparaten, wat nuttig is voor klussen, recreatie of als noodoplossing voor kleine belastingen. Het verschil met V2H is dat er geen energiesturing op woningniveau plaatsvindt en dat het effect op zelfconsumptie of netbelasting beperkt blijft.
Hoe optimaliseren V2G en V2H het energieverbruik in huis?
V2H optimaliseert het energieverbruik door de auto als tijdelijke buffer te gebruiken tussen momenten van opwek en momenten van verbruik. Als er overdag zonne-overschot is kan de auto laden, waarna dezelfde energie later kan bijdragen aan avondverbruik, zolang de auto thuis staat en de ingestelde reserve niet wordt aangesproken. Dit maakt het verbruiksprofiel vlakker, waardoor piekafname uit het net kan afnemen.
V2G kan daar bovenop een rol spelen wanneer teruglevering naar het net onderdeel wordt van de sturing. Het systeem kan dan niet alleen kijken naar eigen verbruik, maar ook naar prijssignalen of netbehoefte, waardoor laden en ontladen meer ‘extern’ gestuurd kan worden. Dat vraagt doorgaans om strakkere afspraken over beschikbaar vermogen en om betrouwbare meting, omdat teruggeleverde energie en diensten aantoonbaar moeten zijn.
Wat kun je in de praktijk met V2L?
V2L is vooral praktisch wanneer je op een plek stroom nodig hebt zonder vaste installatie. Denk aan het voeden van gereedschap, het laden van accu’s of het tijdelijk van stroom voorzien van kleine huishoudelijke apparaten. Het vermogen is meestal begrensd, waardoor V2L geschikt is voor lichte en middelzware toepassingen, maar niet voor het structureel draaien van een hele woning.
Omdat V2L los staat van de meterkast, werkt het meestal onafhankelijk van energietarieven, slimme meters of terugleverregels. Daardoor is V2L een andere categorie dan V2H en V2G: het gaat om directe afname aan de ‘load’-kant, niet om energiebalancering binnen een woning- of netsysteem.
Welke automodellen ondersteunen V2G, V2H of V2L in 2026?
In 2026 is de lijst met elektrische auto’s met bidirectionele mogelijkheden breder dan een paar nichemodellen, maar de term ‘ondersteunen’ vraagt precisie. Bij V2H en V2G gaat het niet alleen om wat de auto technisch kan, maar ook om officiële vrijgave door de fabrikant, compatibele laadinfrastructuur en toelating in de markt waar je de auto gebruikt. Daardoor kunnen V2G auto’s 2026 op papier bestaan, terwijl de functie lokaal nog in pilots zit of alleen werkt met specifieke laadoplossingen.
Een praktisch onderscheid is daarom: modellen die vandaag al als compleet systeem inzetbaar zijn voor teruglevering naar woning of net, modellen die vooral V2L bieden (stroom naar apparaten), en voertuigen die hardwarematig klaar zijn maar wachten op software-updates of regionale goedkeuring. De voorbeelden hieronder zijn gebaseerd op publiek gecommuniceerde ondersteuning en marktinformatie rond uitroltrajecten. Het blijft gebruikelijk dat functionaliteit per land verschilt, zelfs bij hetzelfde modeljaar.
Voor huiseigenaren is het vooral relevant om te weten dat V2H modellen 2026 doorgaans als ‘woningfunctie’ worden gepositioneerd, met duidelijke grenzen voor accureserve en ontlaadvermogen. V2G vraagt daarnaast om meetbaarheid en aansturing richting energiemarkt of net, waardoor beschikbaarheid vaker gefaseerd is. V2L EV’s 2026 zijn meestal het meest direct herkenbaar: de auto levert vermogen via een aansluiting aan de auto zelf, los van de meterkast.
Welke modellen zijn direct geschikt voor V2G of V2H?
Een beperkt aantal modellen geldt in 2026 als direct inzetbaar voor V2H en in sommige gevallen ook voor V2G, omdat de fabrikant de bidirectionele functie expliciet ondersteunt en er in meerdere landen al werkende implementaties of pilots zijn. In deze categorie worden vaak modellen genoemd die al langer met bidirectionele concepten werken of nieuwere voertuigen die bidirectioneel laden als onderdeel van hun platform introduceren.
Bekende voorbeelden die in sectoroverzichten en aankondigingen terugkomen zijn onder meer de Nissan Leaf (veelal via CHAdeMO), en nieuwere modellen zoals Volvo EX90 en Polestar 3 die publiekelijk in verband zijn gebracht met bidirectionele mogelijkheden. Ook Kia EV9 wordt regelmatig genoemd in de context van V2H, waarbij V2G-ondersteuning in communicatie vaak als vervolgstap wordt gepositioneerd. De praktische inzetbaarheid blijft hierbij gekoppeld aan de beschikbare laadoplossing en lokale toelating: ‘ondersteund’ betekent doorgaans dat de fabrikant de functie vrijgeeft binnen een bepaald ecosysteem en niet dat elke willekeurige laadpaal het automatisch kan.
Welke voertuigen hebben alleen V2L, maar zijn toekomstig uitbreidbaar?
Veel moderne EV’s bieden in 2026 al V2L, omdat dit functioneel relatief los staat van netkoppeling en woninginstallatie. Modellen zoals Hyundai Ioniq 5 en Ioniq 6, Kia EV6 en EV9 en ook de Ford F-150 Lightning worden vaak genoemd als voertuigen die apparaten van stroom kunnen voorzien via een adapter of ingebouwde aansluiting. Voor gebruikers is V2L vooral een praktische ‘stopcontactfunctie’ met een begrensd vermogen, bedoeld voor losse loads.
Dat sommige van deze voertuigen als toekomstig uitbreidbaar worden gezien, komt doordat ze al onderdelen van de benodigde hardware- en softwareketen aan boord hebben, zoals vermogenssturing, beveiliging en communicatie met slimme laadsystemen. De stap van V2L naar V2H of V2G is echter niet automatisch: daarvoor zijn extra eisen nodig rond synchronisatie, meting en certificering. In de markt wordt daarom regelmatig gesproken over platforms die V2L vandaag aanbieden en waar V2H/V2G via latere vrijgave mogelijk wordt, afhankelijk van uitrol per regio.
Welke EV’s zijn hardwarematig voorbereid en wachten op software?
In 2026 is een zichtbaar deel van de markt ‘ready’ op hardware, maar nog afhankelijk van software-updates, protocolimplementaties of regionale regelgeving. Fabrikanten communiceren dan bijvoorbeeld dat een model bidirectioneel kan worden of dat V2G/V2H gefaseerd wordt uitgerold. In sectorinformatie worden onder meer nieuwe modelreeksen van Renault (zoals 4 en 5 en verwante varianten) genoemd voor uitrol vanaf 2026, terwijl ook bij Hyundai/Kia en diverse Europese platforms bidirectionele functies in roadmaps voorkomen.
Deze categorie verklaart waarom dezelfde auto in het ene land al als V2G-geschikt wordt gezien en elders nog niet: de vrijgave kan gekoppeld zijn aan ISO 15118-20-implementatie, aan validatie met specifieke laadoplossingen en aan net- en markttoelating. Ook kunnen beperkingen gelden per uitvoering, accuvariant of modeljaar, omdat boordladers en vermogenselektronica niet altijd identiek zijn. De kern is dat ‘voorbereid’ vooral iets zegt over potentieel, terwijl daadwerkelijke bidirectionele inzet pas vaststaat wanneer de functie officieel geactiveerd is en binnen lokale kaders gebruikt mag worden.
Welke techniek en infrastructuur heb je nodig voor V2G, V2H en V2L?
Voor V2G, V2H en V2L is de benodigde techniek niet overal hetzelfde, omdat de bestemming van de energie bepaalt hoe streng de eisen zijn. V2L is vaak het eenvoudigst: de auto levert stroom aan apparaten via een aansluiting aan de auto, met interne begrenzing en zonder directe koppeling aan de woninginstallatie. Zodra je richting V2H of V2G gaat, wordt de auto onderdeel van een groter elektrisch systeem. Dan zijn stabiele communicatie, vermogensregeling en veiligheid richting meterkast en net essentieel.
Bij V2H en V2G vormt een bidirectionele laadpaal meestal de schakel tussen voertuig en installatie. Die laadpaal meet en regelt het vermogen in twee richtingen en stemt met de auto af hoeveel er geladen of ontladen mag worden. Tegelijk bewaakt de infrastructuur randvoorwaarden zoals netspanning, foutstromen en het voorkomen van ongewenste terugvoeding bij storingen. In de praktijk betekent dit dat ‘geschikt zijn’ niet alleen afhangt van de auto, maar van de totale keten: auto, laadpunt, communicatieprotocol en de manier waarop de woninginstallatie of netaansluiting is ingericht.
Een energymanagement woning voegt een laag toe die bepaalt wanneer laden of ontladen zinvol is. Het systeem kan rekening houden met zonnepanelen, huishoudelijk verbruik, ingestelde accureserves en soms ook met prijsprikkels. Daardoor wordt bidirectioneel laden minder een handmatige handeling en meer een geautomatiseerde vermogenssturing die binnen vaste grenzen blijft, zodat mobiliteit en veiligheid niet in het gedrang komen.
Welke rol spelen protocollen zoals ISO 15118-20?
Communicatieprotocollen bepalen of auto en laadpunt dezelfde ‘taal’ spreken over richting, vermogen en toestemming. ISO 15118-20 wordt vaak genoemd omdat deze standaard een basis biedt voor bidirectionele functies, waaronder afspraken over energiestromen, identificatie en gegevensuitwisseling. In 2026 zie je daarom dat ondersteuning voor bidirectioneel laden niet alleen gekoppeld is aan hardware, maar ook aan de protocolversie die daadwerkelijk is geïmplementeerd en vrijgegeven.
Het praktische gevolg is dat een auto die technisch kan ontladen, alsnog beperkt kan zijn als de communicatie met de laadpaal niet volledig is gestandaardiseerd of als bepaalde functies regionaal zijn uitgeschakeld. Bij V2G speelt dit extra sterk, omdat net- en marktprocessen vaak betrouwbare meetdata en controleerbare aansturing vereisen.
Waarom zijn bidirectionele laadpalen en energiemanagement noodzakelijk?
Een bidirectionele laadpaal is nodig om energiestromen gecontroleerd te kunnen omkeren en tegelijk de elektrische grenzen te bewaken. De laadpaal fungeert daarbij als regelaar die het ontlaadvermogen doseert en als beveiligingspunt dat bij afwijkingen kan terugschakelen of afschakelen. Zonder die gecontroleerde laag is V2H of V2G niet stabiel, omdat de woninginstallatie en het net eisen stellen aan synchronisatie en veiligheid.
Energymanagement is nodig omdat de auto niet continu beschikbaar is en omdat de accu meerdere doelen dient. Het systeem verdeelt prioriteiten, bijvoorbeeld tussen eigenverbruik, piekafvlakking en het aanhouden van een minimale laadtoestand voor ritten. Daardoor ontstaat voorspelbaarder gedrag: de auto levert alleen vermogen wanneer dat past binnen ingestelde grenzen en wanneer de rest van de installatie, zoals zonnepanelen en andere grote verbruikers, dat toelaat.
Wat zijn voordelen en beperkingen van V2G, V2H en V2L voor huiseigenaren?
Voor huiseigenaren verandert bidirectioneel laden de plek van de auto binnen het EV energiesysteem: de accu is niet alleen bedoeld voor rijden, maar kan ook tijdelijk energie leveren aan huis of apparaten. De voordelen bidirectioneel laden zijn daardoor vooral zichtbaar op momenten dat opwek en verbruik uiteenlopen, terwijl beperkingen vaak te maken hebben met beschikbaarheid, regels en grenzen in accugebruik.
V2H levert doorgaans de meest directe meerwaarde in een woning met zonnepanelen. Overdag kan er relatief veel productie zijn terwijl het huishoudelijk verbruik later op de dag piekt; de auto kan dan als buffer fungeren, waardoor de zelfconsumptie stijgt en de netafname in de avond kan dalen. V2G kan die flexibiliteit uitbreiden richting het openbare net, bijvoorbeeld door terug te leveren bij hoge prijzen of om pieken in de wijk te dempen, mits aansturing en toelating dat mogelijk maken. V2L is minder een energiemanagementfunctie en meer een praktische stroombron voor losse apparatuur, wat vooral handig is bij tijdelijk gebruik.
Tegenover deze voordelen staan grenzen die in de praktijk bepalend zijn. De auto moet thuis en aangesloten zijn op de momenten dat je energie wilt gebruiken, en accubeheer houdt meestal een minimale reserve aan om mobiliteit te borgen. Dat betekent dat de bruikbare energie voor het huis kleiner is dan de totale accucapaciteit. Bij beperkingen V2G komen daar extra afhankelijkheden bij: netcodes, meetbaarheid en markttoegang verschillen per regio, en geschikte bidirectionele laadinfrastructuur is in 2026 nog niet overal gangbaar. Daardoor kan dezelfde auto in de ene situatie vooral V2H leveren en in een andere situatie slechts slim laden of alleen V2L.
Welke voordelen leveren V2G, V2H en V2L op in 2026?
V2H kan het eigenverbruik verhogen door zonnestroom te verschuiven naar momenten met hogere vraag, waardoor de woning minder afhankelijk is van netafname op piekuren. V2G kan daarnaast bijdragen aan flexibiliteit buiten de woning, doordat de auto onder voorwaarden energie terug kan leveren aan het net of kan reageren op prijssignalen. V2L biedt vooral praktische waarde: het maakt de auto bruikbaar als mobiele energiebron voor apparaten, zonder dat daarvoor een complete woningintegratie nodig is.
Welke beperkingen en onzekerheden bestaan er nog?
De grootste beperkingen zitten in beschikbaarheid en voorspelbaarheid. Een auto staat niet altijd thuis, en het systeem houdt rekening met minimale acculading, maximale vermogens en soms met tijdvensters voor ontladen. Verder is de keten voor V2G gevoeliger voor regionale verschillen: toelating, certificering, meetinrichting en marktregels bepalen of teruglevering mogelijk is en hoe stabiel dat werkt. In 2026 is het daarom gebruikelijk dat bidirectionele functies per model, per softwareversie en per land of netgebied uiteenlopen.
Conclusie
Bij V2G, V2H en V2L draait het in 2026 vooral om samenhang: auto, laadoplossing, software en lokale toelating bepalen wat er in de praktijk mogelijk is. Het doel blijft hetzelfde: je energie slimmer verschuiven, zonder de rijreserve of veiligheid uit het oog te verliezen. Verschillen tussen modellen en regio’s maken een systeemkeuze belangrijker dan een losse functie. Wil je weten welke laadoplossing daarbij past, bekijk dan rustig onze mogelijkheden voor laadpalen aan huis.
Hoe controleer ik of mijn groepenkast en aansluiting geschikt zijn voor teruglevering vanuit mijn auto?
Wat betekent bidirectioneel laden voor de actieradius en accuveroudering in dagelijks gebruik?
Waarom werkt teruglevering in het ene land wel en in het andere nog niet, ook met dezelfde auto?
Kan mijn auto het huis blijven voeden bij een stroomstoring?
Hoe plan ik slimme momenten om te laden of te ontladen zonder steeds handmatig in te grijpen?

Paul Dirksen is specialist in duurzame energie en vaste contentschrijver voor Solar Evolution. Met meer dan 10 jaar ervaring in de energiesector schrijft hij begrijpelijke, betrouwbare en actuele blogs over zonnepanelen, thuisbatterijen, laadpalen en slimme energietechnologie.